2010-1

Als ik het landschap overschouw, weet ik hier mijn habitat, in de buurt van de muur. Ik voel mij thuis op deze plek. De verte nodigt uit en geeft mij een plaats in het geheel.

De verte geeft ruimte. Ruimte voor de ontmoeting met het eindeloze, het onnoembare.

2010 (1) 0001.jpg
  © Steven Verbanck

 © Steven Verbanck

 ‘uiteindelijk tot stilstand gekomen  tegen een muur die er niet is onder een dak dat er niet is op een vloer die er niet is  een huis van niets  heb onmiddellijk beslist hier thuis te komen’      uit: Tussen muren die er niet zijn onder een dak dat er onmogelijk kan zijn op een vloer van niets, Peter Verhelst, Nieuwe sterrenbeelden, Prometheus, Amsterdam, 2009

‘uiteindelijk tot stilstand gekomen

tegen een muur die er niet is onder een dak dat er niet is op een vloer die er niet is

een huis van niets

heb onmiddellijk beslist hier thuis te komen’

 

uit: Tussen muren die er niet zijn onder een dak dat er onmogelijk kan zijn op een vloer van niets, Peter Verhelst, Nieuwe sterrenbeelden, Prometheus, Amsterdam, 2009

2010 (1) 0004.jpg
 Dit werk poogt eens te meer vorm te geven aan het gevoel van eindeloze uitgestrektheid waar ik zo aan gehecht ben. Het is een thema dat voortdurend terugkeert in mijn werk. Ik zie het in de weidsheid van een landschap dat zicht geeft op oneindigheid.  Daarin wil ik wandelen, wandelen langs een zacht glooiende muur.  Die glooiing beantwoordt de zachte kromming van de einder. De kromming laat het eindeloze vermoeden.  De lage muur biedt mij - zij het minimaal- houvast en bescherming.  De muur is gestapeld zoals mensen dat al eeuwen doen en zullen blijven doen. Het is een ritueel geworden.  De monumentaliteit van heel dit schouwspel kàn vriendelijk zijn en een thuis herbergen. In dít werk daarentegen, dat als een maquette kan beschouwd worden, is de muur zwart geblakerd en de foto grijs.  Het roept de wereld op die Cormac McCarthy schetste in zijn boek  De Weg  (2006).  De weg  beschrijft onze wereld, of wat ervan rest, nadat die verkoold achterbleef na een alles verterend vuur. Een door vervuiling versluierde zon warmt de aarde niet meer op. De kille koude heerst overal. Er zijn geen kleuren meer. Het leven lijkt voorbij.   

Dit werk poogt eens te meer vorm te geven aan het gevoel van eindeloze uitgestrektheid waar ik zo aan gehecht ben. Het is een thema dat voortdurend terugkeert in mijn werk. Ik zie het in de weidsheid van een landschap dat zicht geeft op oneindigheid.

Daarin wil ik wandelen, wandelen langs een zacht glooiende muur.

Die glooiing beantwoordt de zachte kromming van de einder. De kromming laat het eindeloze vermoeden.

De lage muur biedt mij - zij het minimaal- houvast en bescherming.

De muur is gestapeld zoals mensen dat al eeuwen doen en zullen blijven doen. Het is een ritueel geworden.

De monumentaliteit van heel dit schouwspel kàn vriendelijk zijn en een thuis herbergen. In dít werk daarentegen, dat als een maquette kan beschouwd worden, is de muur zwart geblakerd en de foto grijs.

Het roept de wereld op die Cormac McCarthy schetste in zijn boek De Weg (2006). De weg beschrijft onze wereld, of wat ervan rest, nadat die verkoold achterbleef na een alles verterend vuur. Een door vervuiling versluierde zon warmt de aarde niet meer op. De kille koude heerst overal. Er zijn geen kleuren meer. Het leven lijkt voorbij.